Bestaan ze nog, die jonge honden?

Ik krijg meer reacties op mijn blog, dan ik had verwacht. Deze reacties zijn zeer verschillend van aard. De toon van mijn "stukjes" is overwegend mild kritisch tot cynisch. Dat heeft alles te maken met de ontwikkelingen, die ik in de loop van 30 jaren in dit mooie beroep (onderwijs dus!) heb meegemaakt.

De leukste reactie was er één, waarin ik werd aangezien voor een jonge, pas beginnende leraar.

Dat zette mij aan tot het denken over hoe ik in 1978 als startende onderwijzer "in dit vak stond". Het team waarin ik begon bestond uit een zeer gevarieerde club mensen, geleid door een m.i. zeer goed "hoofd der school". Deze laatste had veel , zeer veel over voor zijn school en voor zijn mensen. Hij stond er wel boven. In die zin was het een echte leider.

Wij , een clubje collega's van rond de 20 jaar oud, waren bloedfanatiek. Nu terugkijkend, kun je zeggen, dat we te fanatiek waren. Het werken in dit prachtige vak , het lesgeven en goed voorbereiden en evalueren beheerste een groot deel van onze dag. We waren weliswaar niet geheel kluizenaars. Uitgaan en vriendenkring waren natuurlijk ook van groot belang. Maar toch presteerden we het regelmatig om ongevraagd vele extra uren ( ook 's avonds!) op school door te brengen om allerlei zaken te regelen en voor te bereiden.

Ik kan me nog goed herinneren, dat we eens met 4 man om half twaalf 's avonds nog een systeem zaten te bedenken voor de goede inzet van schoolstempels in ons onderwijs!! We hadden geen enkel benul van tijd, totdat we heel zachtjes de buitendeur van de school hoorden opengaan. Daar stond ons hoofd van de school, die al honduitlatend had gezien, dat er nog licht brandde in zijn school.
Toen hij ons zag, bleef hij heel even stil, maar riep toen opeens: "Zijn jullie nu helemaal gek geworden!!. Jonge gasten van jullie leeftijd horen om deze tijd in de kroeg!! Wegwezen hier! " .

Wij beseften op dat moment heel goed, dat ook hier geldt, dat TE nooit goed is. Ons fanatisme bleef echter onveranderd .

Nu vele jaren later, zie ik dit soort fanatisme bij het jongere personeel nog maar zeer zelden. Ik zie jonge mensen de school binnen komen, die 15 minuten voor de les de handleiding uit de kast nemen om te bekijken welke les ze vandaag moeten geven. Ik zie jonge jongens ( wel weinig) en meisjes regelmatig voor de klas met hun mobiele telefoon bezig. Ik zie ze sms-sen, telefoneren en zelfs tijdens de verwerking van hun klas op de computer chatten met een bekende. Je wilt niet weten welke sites er verder in schooltijd worden bezocht.

Ik zie veel jonge collega's binnen 10 minuten na schooltijd met een lege tas naar huis gaan. De correctie is immers al in schooltijd gedaan. Hoezo adaptief onderwijs? Hoezo ontwikkelingsgericht onderwijs? Hoezo differentiëren, instructietafel, individuele hulp???

Ik zie veel klaslokalen van diezelfde jonge collega's, die in het geheel niet voldoen aan de eisen van "de uitdagende leeromgeving", laat staan dat het gezellig en prettig , kindgericht is ingericht.

En mijn taak is het dan om die jonge gasten een spiegel voor te houden en in veel gevallen te vragen of ze eigenlijk wel het goede beroep hebben gekozen. Soms begrijpen ze die vraag niet eens.

Ik wil hier niet generaliseren. Tussen het kaf bevindt zich ook koren. Op de mestvaalt bloeien ook prachtige orchideeën .

Maar ze lijken zo vreselijk zeldzaam te worden.
Zijn ze er nog , die jonge honden ?
© Burro Holanda 2006
 

Wat een feest!

 

Een onverwachte e-mail bracht me terug in de tijd. Tweeëndertig jaar terug om precies te zijn. Ik werkte toen als heel jong onderwijzertje op een leuke school ergens in de Alblasserwaard. Groepen van meer dan dertig kinderen waren toen normaal . Maar op de een of andere manier ging je dat toen gemakkelijker af dan groepen van twintig nu.

Het mailtje was een uitnodiging van één van de leerlingen uit de klas die ik toen had. Of ik zin had om naar een reünie te komen. Ik zag hem meteen weer voor me. Een rustige, enigszins zwaar gebouwde jongen van net twaalf jaar. Toen al met een volwassen uitstraling en een zekere voortrekkersrol in de klas. Ik zag hem zitten in zijn bank. Zoals hij toen was.

Het verbaasde me, dat ik ook bij de andere klasgenootjes uit die tijd nog zo’n levendig beeld voor ogen had. Maar opeens herinnerde ik me het oude fotoalbum uit die tijd. Bladerend in dat album vond ik van juist die klas alle pasfoto’s terug en een paar groepsfoto’s. Van geen enkel andere groep had ik zo veel foto’s . Wat een toeval, dat nu juist deze groep een reünie wilde.

In de stromende regen reed ik terug naar de Alblasserwaard. En het was een feest. Een groep van ongeveer 27 veertigers keek mij aan en de hele avond bestond uit het ophalen van herinneringen en het vertellen van levensverhalen. Er waren er bij, die al drie keer gescheiden waren. Er waren er bij die nooit een relatie hadden gehad. Er waren er bij, die werkloos waren of hun baantje dreigden te verliezen. Het gaat erg slecht met de staalfabriek op het dorp. Er waren er ook , die meer dan het dubbele verdienden dan hun vroegere schoolmeester. Zo veel verhalen; zo veel belevenissen, trieste en vreugdevolle.

De avond was niet lang genoeg. Het was onmogelijk om met allen bij te praten.

In de stromende regen reed ik ’s nachts terug naar huis. Mijn hoofd vol gedachten.   Het was een feest!

14 april 2013

Afgang.

Ik werkte nog niet zo heel lang in het onderwijs, toen het “hoofd der school” zich vanwege rugklachten liet afkeuren. Dat kon in die dagen nog. Gedeeltelijk afkeuren en zoeken naar passende vervangende arbeid waren begrippen, die nog niet uit de kokers van de bezuinigers waren opgeborreld. Van de ene op de andere dag meldde “het hoofd” zich afwezig en stond zijn vervanger voor de taak hem tijdelijk op te volgen.

De vervanger, een echte Fries van geboorte, had nooit iets met het leiden van een school ”gehad” . Nascholing en bijscholing waren voor hem onbekende begrippen en enige ervaring in het leiden van een school bezat hij niet. In de afgelopen 15 jaar van zijn “waarnemend hoofdschap” had hij nooit maar een enkele poging ondernomen om iets in de schoolleiding te betekenen. Het was een man van zo’n 56 jaar , die zijn dagen doorbracht met het klagen over de vernieuwingen en over ‘het hoofd’ in het bijzonder. De schoolleiding deugde voor geen meter en de onderwijs begeleidingsdienst bestond uit louter en alleen hemelfietsers, die zelf voor de klas mislukt waren en nu hem het leven kwamen zuur maken. Ook van zijn leerlingen was er niet één, die maar een beetje niveau had en er kwam ook helemaal niets van die sukkels terecht.

En nu moest deze man plotseling van de ene op de andere dag een school met 25 mannen en vrouwen leiden. Driehonderd leerlingen en bijbehorende ouders verwachtten van hem veel meer dan deze bittere collega kon opbrengen. Hij stevende met grotere zekere passen op zijn ondergang af. Hij presteerde het om het complete team al aan het begin van de eerste teamvergadering tegen zich in het harnas te jagen. Hij begon deze vergadering namelijk met de volgende historische woorden: “ Welkom op deze vergadering collega’s. Ik heb de volgende zaken besloten…..” Hiermee was de sfeer voorgoed verpest. We spreken over de zeventiger jaren van de vorige eeuw, toen het hoofd der school nog primus inter paris was.

Alle verdere voorstellen van zijn kant werden consequent door het team ‘afgeschoten’ en de man werd met de dag wanhopiger. Hij kreeg helemaal niets meer voor elkaar. Zijn laatste stuiptrekking bestond uit het mobiliseren van de wethouder. Deze werd de teamvergadering binnengehaald en had als ondankbare opdracht de waarnemer te steunen. De schade was niet meer te herstellen. Deze wethouder bleek toch nog over enig verstand te beschikken en ging niet in discussie met ons. Hij had het zeker verloren. De dag erna meldde onze Fries zich ziek en bleek overspannen. Een burnout avant la lettre .

Het was natuurlijk voor de man een persoonlijk drama, maar het kon niet anders. De schade, die hij in zo korte tijd al had aangericht kostte de school binnen een maand 5 leerlingen. Onhandig in zijn sociale vaardigheden en gebrek aan inzicht in de diverse processen waren voor hem dodelijke valkuilen. Hij kwam nog een poosje terug en combineerde zijn oude stijl met wat klusjes , die hij voor het bestuur mocht gaan vervullen. Helemaal de oude werd hij niet meer en na zijn pensionering raakte hij alle contacten met zijn oude collega’s kwijt.

Ik kwam hem een paar weken geleden nog eens tegen. Hij zit nog steeds vol wrok. Hij heeft het na al die jaren niet van zich af kunnen zetten. Geen hobby’s, geen vrienden. Alleen zijn vrouw en kinderen. En verder een leeg bestaan. Bijna tachtig jaar en nog steeds lijden aan het leven. Triest.
(26-4-2009)

Mijn stellingen

Onderstaande stellingen en beweringen zijn niet geheel en al vrij van generalisaties en vooroordelen. Edoch een zekere kern van waarheid zal ongetwijfeld aanwezig zijn. Immers zij zijn ontstaan op grond van observaties gedurende 30 jaar onderwijservaring van ondergetekende.


1. Er is geen eigenwijzer volkje dan leerkrachten. Zelfs als ze weten, dat ze ongelijk hebben, dan nog houden ze vast aan hun mening. Als ze zich dan toch moeten conformeren aan de mening van een ander, dan gaat dit gepaard met veel gemok en knarsen van tanden.
2. Een leerkracht is de eerste die zegt:"Zie je wel ! Ik had het toch gezegd ! Ik heb je nog zo gewaarschuwd. Had dan ook maar naar mij geluisterd. Had maar beter opgelet !"
3. Als een klaslokaal niet is opgeruimd, dan zegt dat niets van de leerlingen, doch alles van de leerkracht, die er les geeft.
4. Leerkrachten, die zeggen, dat de rommel in hun klas een uiting is van de gezellige en ongedwongen pedagogische sfeer in hun groep, zijn of heel , heel erg dom, of ze denken dat ze slim zijn. (Vrij naar Van Gaal)

5. Een leerkracht, die zijn eigen lokaal niet eens netjes kan houden, mag ook geen netheid-eisen stellen aan zijn leerlingen. Dat zou niet netjes zijn.
6. Je ziet overigens bijna altijd, dat bij "rommelige leerkrachten" (= leerkracht, die niet kan opruimen of daar te lui voor is.) de leerlingen ook steeds rommeliger worden. Troep op en onder de bank en troep in de laatjes. Bovendien ontbreekt dan het verantwoordelijkheidsbesef, dat je je eigen zooi ook moet opruimen.
7. Als bij een "rommelige leerkracht " de leerlingen toch erg netjes werken, c.q. schrijven, dan is dat per ongeluk, en absoluut niet de verdienste van die leerkracht.
8. Een leerkracht, die geen structuur in zijn eigen leven heeft, zal dat meestal ook niet in zijn werk kunnen opbrengen.
9. Naast voordelen, heeft W.S.N.S. als grootste gevaar, dat leerkrachten denken, dat het systeem de problemen wel zal signaleren. Meer dan ooit moeten leerkrachten zelf alert zijn op uitvallende leerlingen.
10. In een school met veel "rommelige leerkrachten" is het praktisch onmogelijk een goed werkend zorgsysteem op te zetten. Nou, ja … het opzetten lukt nog wel.

11. Een leerkracht, die zijn lessen niet plant , neemt zijn vak niet serieus ! (of is een zeldzaam natuurtalent met een fotografisch geheugen .)
12. Een leerkracht, die niet volgens een gestructureerde planning en lesrooster werkt is of een zeldzaam natuurtalent of een gevaarlijk soort knoeier.
13. Overigens krijgen ook knoeiers een salaris. Helaas!
14. Leerkrachten, die vallen in de categorie van stelling 11 t/m 13 , krijgen zeer waarschijnlijk in geen enkel jaar hun methoden uit. Maar dat ligt dan aan de leerlingen, die immers beneden gemiddeld presteren.
15. Als er op een school als regel niet op tijd gebeld wordt en dus niet op tijd wordt begonnen met de lessen, heeft men of een slechte locatieleider of een slecht team of beide.

16. Leerkrachten, die het niet erg vinden om te laat te bellen, vinden het meestal ook niet erg om te vroeg naar huis te gaan en krijgen overigens ook meestal de methoden niet uit. Maar dat komt omdat de leerlingen immers ver beneden gemiddeld presteren.
17. Leerkrachten, die elke dag 15 minuten verknoeien door o.a. te laat bellen, te lang pauze houden etc. verspillen op jaarbasis 3000 minuten. Dat is 50 uur !! Dat zijn ongeveer 10 hele werkdagen !!. Kassa , toch mooi twee extra vakantieweken verdiend !
18. Leerkrachten, die als regel precies tussen einde schooltijd en 5 minuten over de schooltijd naar huis gaan, hebben het thuis meestal erg druk met de correctie, lesvoorbereiding, lesplanning, oudergesprekken, huisbezoeken, werkoverleg met collega's enz., enz, enz,….
19. Leerkrachten, die veel en vaak klagen over het feit, dat zij het erg druk hebben, ervaren dit ook echt zo ! Het is vaak een van de voortekenen van 'burn-out' of een uiting van gewoon echte desinteresse,
20. De meeste leerkrachten zijn in hun 'beginperiode' echt fanatiek begonnen, met een serieuze instelling en inzet. Ergens in de loop der jaren ontstaan uit die fanatieke, professioneel werkende groep leerkrachten, dan "knoeiers", "rommelige leerkrachten", ongeïnteresseerden , ongemotiveerden , luiaards, slechte locatieleiders, 'burn-out'- slachtoffers , slechte directeuren en slechte adjunct-directeuren. Gelukkig zijn zij in de minderheid !?!

De diverse oorzaken van de aangetipte problematiek, zijn regelmatig terug te vinden in de dagbladen. Niet in onderwijsbladen . Daar hoef je niet te zoeken. Die worden alleen geschreven voor de echte professionals.
(20-11-2005)

Even schrikken!

Zo’n tien jaar geleden nam ik deel aan de reünie van mijn oude P.A. klas. In 1975 ‘studeerden’ we af aan de P.A. te Dordrecht. Nou ja, studeren. Het waren wat mij betreft drie jaren feest. Echt moeilijk was het niet en we hadden allemaal een prima vooropleiding.


De reünie was een ongelooflijk succes. Vijfentwintig jaren vielen binnen een paar seconden weg en gesprekken kwamen als vanzelfsprekend tot stand. Wat hadden we elkaar veel te vertellen. Inderdaad moest je af en toe even kijken wie je voor je had. Maar de meeste medestudenten waren eigenlijk niet veranderd. Wat kaler, wat dikker en wat meer rimpels. De ogen waren echter onveranderd. Een topmiddag! Ik ging na afloop met een uitermate tevreden gevoel naar huis.

De opkomst was ook geweldig. Slechts één afwezige omdat hij precies die dag moest verhuizen. Maar verder was iedereen present.

En nu alweer tien jaar later organiseert dezelfde club fanatiekelingen ;-) opnieuw een reünie. We zijn nu allemaal zo rond de 55 jaar . Ik dacht bij het lezen van de uitnodiging nog, dat ik nu vast wel veel minder mensen zou herkennen. Maar waar ik totaal niet bij had stilgestaan was, dat er misschien ook al wel iemand overleden zou kunnen zijn. Daarom schrok ik vandaag. Want bovenaan het mailtje stond, dat Ineke er om die reden niet bij zou zijn.

Ik weet niet van de hoed en de rand. Wel weet ik, dat zij veel te jong afscheid van het leven heeft moeten nemen. Eens te meer word ik gewezen op het ragfijne draadje waaraan we allemaal spartelen.

Het wordt vast heel anders dan de vorige keer.
(17-2-2010)

Oud? Wie is er hier oud?!!

Van die jonge, onervaren en vaak onzekere Burro, die zijn eerste stappen in het onderwijswereldje zette, kun je zeggen, dat hij in de afgelopen 40 jaar wel een beetje is veranderd. Flink kaler, behoorlijk dikker, een aanzienlijk aantal rimpels erbij en niet te vergeten gevuld met vele, vele ervaringen staat er mij tegenwoordig toch wel een heel andere man aan te kijken als ik ’s ochtends het scheermes over mijn gezicht haal. Al voelt het niet zo. Ergens ben ik voor mijn gevoel die man van ongeveer een jaar of 34 gebleven. Mijn uithoudingsvermogen en mijn spiegelbeeld behoeden mij dagelijks voor overmoed.


Bovenstaande bleek ook voor veel van mijn oud- klasgenoten van de Pedagogische Academie te gelden. Veertig jaar na het afstuderen mocht ik het wonder beleven om hen op een reünie weer te ontmoeten. De bezoekers van het restaurant, waar wij elkaar ontmoetten hebben ongetwijfeld last van ons gehad. Enerverende gesprekken, hartelijke ontmoetingen, verhalen, toespraken en voor al een gezellige, drukke sfeer wervelden om onze tafels.

Wat veel verschillen en wat veel overeenkomsten! Een aantal klasgenoten maakte carrière en werd directeur, afdelingsleider, leraar in het hogere onderwijs, archeoloog, methodeschrijver. Een ander deel bleek ook nu nog meester of juf te zijn en daar heel veel plezier uit te putten. En weer een ander deel was al met vervroegd pensioen of om andere redenen gestopt met werken.

Velen van ons beaamden, dat het onderwijs heel erg veranderd is en zeker niet altijd ten goede. De schade, veroorzaakt door de managementcultuur en het ernstig, directieve, Angelsaksische aansturingsmodel, dat in ons land door de politici over het onderwijs is uitgestort, had ook in deze club mensen zijn sporen nagelaten. Ook hier was het begrip burn-out niet onbekend.

En uiteindelijk bleek, dat de wijsheid, die ook het ouder en meer ervaren worden met zich meebrengt, er voor gezorgd heeft, dat velen van deze groep werkelijk begrepen, dat je voor jezelf, je gezin en het eigen geluk moet kiezen. Allen begrepen, dat werk niet op de eerste plaats mag staan. Hoezeer onze managers, dat schuldgevoel ook bij ons proberen neer te leggen.

Toen wij afscheid namen, leek het te vroeg. Wij hadden elkaar nog veel meer te vertellen. Veertig jaren waren in korte tijd weggesmolten en het voelde als vanouds. Een warm bad. Een bijzondere ervaring.

3 april 2015

Maak een Gratis Website met JouwWeb