Moedwillig veroorzaken van stress!

Onlangs vertelde een collega mij, dat hij het in mijn school zo rustig vond. De leerkrachten gingen gemoedelijk met elkaar en met hun leerlingen om. Men deed niet gejaagd en het leek alsof stress aan hen voorbij ging. Hij had gelijk. Een dergelijke sfeer heb ik als doel opgenomen in mijn “bedrijfsfilosofie”. Ik ben van mening, dat onderwijsgevenden ook de gelegenheid moeten krijgen om te reflecteren op hun handelen. En die tijd wil ik niet van hen afnemen door hen voortdurend te belagen met nieuwe plannen, wijzigingen in beleid, het deelnemen aan de meest populaire acties en goede doelen en het volgen van alsmaar nieuwe cursussen.


Dit beleid betekent niet, dat we van dat alles niets doen. In tegendeel. “Stilstaan is achteruitgang”, is ook voor mij een waarheid als een koe. Maar je moet doseren en niet , zoals veel van mijn collega’s doen, “stapelen” . Maak eerst af waar je aan begonnen bent en begin dan aan iets nieuws. Voor de klas staan is op zich al een hele zware taak.

Op één van mijn buurscholen wordt het bewijs van mijn stellingen geleverd. De directeur is behoorlijk op het randje aan het balanceren. Van zijn team zijn inmiddels twee collega’s langdurig ziek thuis. Overspannen, burn-out. Geef het maar een naam. Van de andere teamleden is er elke week wel eentje een of twee dagen ziek thuis. Alles dreigt in de soep te lopen. Geërgerde, gejaagde blikken bij de andere collega’s. Een directeur, die steeds vaker vraagt: “Heb je die lijsten al af? Hoe zit het met de Paascommissie en heb je de cito-gegevens al ingevoerd? Denken jullie nog aan de schoolreis? Waarom is het projectonderwerp nu nog niet bekend? “

Natuurlijk heeft het invloed op de onderlinge sfeer. Een snauw en een grauw zijn snel gegeven. Hopla! Weer een huilende collega! Een geïrriteerde vraag en daar zit er weer eentje thuis . En wat dacht je van de invloed op de kinderen. Die hebben om de haverklap een andere meester of juf. En natuurlijk krijgen ook zij hun portie snauwen en grauwen. Van continuïteit in het onderwijs is geen sprake meer.

En als ik de betrokken collega-directeur probeer te adviseren, dan loop ik veelal tegen een muur van onbegrip. “Ja maar Burro, jij moet toch ook voor de beoordelingen zorgen? Jij moet toch ook zorgen voor het nascholingsplan? En zijn ze bij jou dan niet zo traag met die toetsgegevens? . Bovendien wilde de algemeen directeur die gegevens al de vorige maand hebben. Belt hij jou dan niet om de haverklap waar al die zooi blijft. “
Tja, dat doet die A.D. bij mij natuurlijk ook. Maar mijn conciërge is zeer bedreven in het vertellen, dat ik net even ergens bezet ben en mailtjes raak ik heel vaak kwijt. Dat heb je op mijn leeftijd. Ik heb immers al recht op bapo! Ik val al onder het ouderenbeleid.

Heeft u een minuutje voor me?

Net voor schooltijd staan ze opeens naast me. Twee ouders van leerlingen in groep 8. Of ik een minuutje tijd voor hen heb. Natuurlijk heb ik dat. De gezichten staan heel serieus en uit ervaring weet ik dat het wel meer dan een minuutje zal worden.


Ze hoeven geen koffie en ze vallen meteen met de deur in huis. Of ik al meer klachten over juf Ronnie heb gehad? Ik vraag hen wat ze bedoelen. En dan komt het verhaal er met hoge snelheid uit. Juf Ronnie is de hele dag boos op haar groep. Ze loopt alleen maar negatieve dingen over de kinderen te zeggen. En wat erger is, ze zegt ook negatieve dingen tegen hen. Dat varieert van dat ze hun smoel moeten houden tot ernstige cynische opmerkingen over te veel bezig zijn met jongetjes of meisjes en te weinig aandacht hebben voor het leerwerk.

Ik hoor het verhaal met stijgende verontrusting aan. Juf Ronnie is één van de oudgedienden op mijn school. Ze heeft veel problemen in de persoonlijke sfeer achter de rug en dat wil nog wel eens voor stress zorgen. Maar dit schooljaar gaat alles juist heel relaxed. De deuren van de klas staan altijd open en als ik onverwacht binnenkom dan heerst er een rustige, gemoedelijke sfeer. Geen spoortje van angst of remmingen bij de groep. Dat zeg ik ook tegen deze moeders.

Of ze al met juf Ronnie hebben gesproken, zo vraag ik. Nee, dat hebben ze nog niet gedaan. Ik wijs hen erop, dat ze dat toch wel eerst behoren te doen. Ik begrijp, dat zij zich zorgen maken, maar ze moeten zich realiseren, dat ze het verhaal nog maar van één kant hebben gehoord. Juf Ronnie moet toch op z’n minst de kans krijgen om een en ander uit te leggen. Als het gesprek met juf Ronnie niet tot resultaat leidt, dan verwacht ik hen terug. Ze zijn het met me eens.

Ik ben benieuwd.
1-10-2010

Ik wil het nu!

Er zijn van die mensen, die als je ze vraagt iets te doen voor school , bijna altijd roepen, dat het niet zo nodig hoeft. “Want we hebben het al zo druk en de kinderen hebben binnenkort toetsen en de sportdag is net geweest en de schoolreis staat al weer voor de deur en straks heb je de rapporten weer en nu wordt het toch echt eens tijd voor rust in de tent!”


Zo heb ik er ook een paar in mijn team. Moeilijk om mee om te gaan. Dat vind ik tenminste. Collega’s van mij hebben altijd goede adviezen hoe met hen om te gaan, maar om de één of andere reden ben ik daar dan weer niet zo goed in.
Carla is zo’n collega. Een prima leerkracht op de vierkante meter. Voor een moeilijke groep draait zij haar hand niet om. Maar de sfeer is strak en de lessen en de lesplanning zijn over georganiseerd. En wijk niet af van die planning, want dan doe je alles fout en deugt er niks meer aan jou. Geen ruimte voor discussie.
Ze was even op vakantie. Zalig! Rust in het team. Er werd gewoon ontspannen gewerkt. Op de dag dat ze terug was veranderde de sfeer. Onbegrijpelijk welk een invloed één zo’n vrouw op zo’n groep kan hebben. Voer voor psychologen. Ze joeg het hele team in de stress door meteen te roepen, dat iedereen morgen zijn inventarisatie van verbruiksmaterialen af moest hebben en bij haar ingeleverd. Want voor het einde van de week moest de jaarbestelling de deur uit. Het was donderdagmiddag!! En pas mei! Ik kon het haar niet duidelijk maken , dat ze misschien te snel ging. Nee, ze nam het me zelfs een beetje kwalijk, dat ik me er mee durfde te bemoeien. Die klus was immers aan haar gedelegeerd!

Vandaag moest ik een vergadering over de groepsbezetting verzetten naar volgende week. Nog niet alle formatiegegevens waren bekend. Dus vergaderen had nog geen zin. Ze belde me op met de mededeling, dat ze het er helemaal niet mee eens was. Die groepsbezetting moest deze week gewoon af. De ouders en kinderen hadden het recht om dat zo snel mogelijk te weten. Bovendien,die nieuwe vergaderdatum deugde ook niet.
Zij werkte immers niet op maandag!
26-05-2008

Een perfecte collega.

 
“Job, luister eens. Zou jij als IB-er van de school eens een kind bij mij in de groep willen observeren? Ik maak me wat zorgen. “
“Nou sorry, hoor Daphne. Maar daar heb ik deze week echt geen tijd voor. Over veertien dagen ben je de eerste.”
“Job, de ouders van Mirjam willen graag een kopie van het onderzoeksrapport, dat jij hebt gemaakt. Zou je dat even aan mij kunnen geven, alsjeblieft? “
“Tja, Marjan, dat kan ik wel, maar mijn volgende IB dag is volgende week dinsdag. Dus dan zal ik het voor je regelen.”
“Maar, Job, die mensen hebben het nodig van de week. Ze moeten naar de specialist. Waar ligt het? Dan maak ik die kopie zelf wel even.”
“Nee, dat wil ik niet. Voor dat je het weet ligt de hele zooi door elkaar. Ik kom er echt volgende week pas aan toe. Weet je wel hoe druk ik het heb?”
 
“Heb jij nog blanco handelingsplanformulieren voor mij , Job? Ik ben bezig een nieuw plan op te stellen.”
“Ja, Bob, dan had je zelf maar een voorraadje moeten kopiëren. Ik heb het nu echt te druk om dat te doen. “
“Doe effe normaal Job. Je bent elke dag om vier uur al naar huis. Dan geef je het me na schooltijd maar even. “
“Sorry, Bob, het lijkt net of je vindt, dat ik de kantjes er vanaf loop.
Ik doe thuis ook nog veel hoor! Ik heb het echt te druk. Volgende week en niet eerder!”
 
4 februari 2012

Elk jaar precies hetzelfde!

Collega Lonnie loopt met een gezicht als citroen door de school. Het is weer december. Iedereen , die haar durft aan te spreken krijgt een snauw. Hardop mopperend loopt zij de klas in en hardop mopperend komt zij er weer uit. Als ik haar vraag wat er aan de hand is, dan krijg ik steevast te horen, dat zij het erg druk heeft. “Veel te druk!” 


In de personeelskamer hoor ik van de meeste collega’s, dat zij blij zijn, dat de kinderen even naar huis zijn. “Burro! Het lijkt wel of die kids elk jaar gekker worden!  Er valt niet mee te werken.” En vervolgens praten zij met elkaar verder over de drukke kinderen en de grote hoeveelheid werkzaamheden in deze decembermaand.

Als ik tijdens de lessen door de school loop dan zie ik van die “enorme drukte” wel iets terug, maar niet in die mate waarop de collega’s het lijken te beleven. In de meeste groepen wordt gewoon hard gewerkt en heerst rust. In de meeste groepen zit de leerkracht rustig achter het bureau en heeft vaak nog tijd om een stuk van de correctie weg te werken. Maar in de pauze daarna begint het klagen over de enorme drukte weer opnieuw.

Wat men blijkbaar niet in de gaten heeft is de negatieve impact , die dit geklaag heeft. In de eerste plaats versterken ze dit gevoel bij elkaar. Maar wat zeker zo erg is, is dat ze het gevoel en de houding meenemen naar hun groep. Kinderen zijn enorm gevoelig voor dit soort zaken. Zij worden daar echt onrustig door. En zo maken we zelf de cirkel rond.

“Meehuilen met de wolven in het bos”  is funest voor de onderlinge sfeer en versterkt al die negatieve gevoelens.

Vanuit mijn baan probeer ik op tactische manier de individuele collega hierop te wijzen. “Ja, maar jij staat er niet voor, Burro!”, krijg ik dan als verwijt. Dat ik zelf ook 31 jaar een eigen groep heb gehad, maakt niet uit. “De kinderen van 10 jaar geleden waren echt anders!” . Onzin natuurlijk, want het decembergeklaag is van alle tijden.

Uiteindelijk merk ik, dat veel van dit soort coachingsgesprekken eindigt  in diepe stilte als ik aan de collega vraag: “ Wordt het vak, dan misschien wat te zwaar voor je?  “

Een beledigde blik is dan mijn loon.

Hoe stom kun je zijn?

Lieneke wilde graag meteen een gesprek met mij. Ik was net uit de koude ochtendlucht de school ingestapt en wilde eigenlijk liever eerst een kop koffie, maar dit was dringend vond zij.


Lieneke staat bij mij voor een groep 8. Drie dagen in de week zwaait zij op geheel eigen manier de scepter. Altijd eerlijk, maar wel met wat autistische trekjes. Haar duopartner was deze week ziek en er waren geen invallers beschikbaar. Aangezien ik als directeur toch niets beters te doen heb en ik weet, dat het zinloos is om Lieneke te vragen om op een niet werkdag voor de groep te komen, besloot ik zelf een dagje les te gaan geven. De groep moest ook nog naar een school voor voortgezet onderwijs en voor dat soort uitstapjes laat je een invaller al helemaal niet graag opdraaien.

Ik had een prima dagje. De leerlingen waren enthousiast en ik verbeeldde me, dat ik hen die dag ook nog wel wat had geleerd.

Lieneke begon al met mij te vertellen , dat ze de fotokopieën, die ik had gebruikt ‘even weg had gedaan’ . En verder was zij toch wel erg verbolgen over het feit, dat ik niet verder was gegaan met het programma. Het was namelijk erg druk en het kon toch niet zo zijn, dat er zo maar werd afgeweken van het programma.

En dat ik opeens erg boos op haar werd en haar in mijn kantoor vroeg of ze nu helemaal gek geworden was en of ze wel enig inzicht had in mijn werkzaamheden en de invallersproblematiek, die immers veel minder zou zijn geweest als zij ook eens de bereidheid zou hebben om eens een dagje extra te komen werken, daar begreep zij heel duidelijk helemaal niets van.

In haar ogen moest de directeur van een school ook naadloos kunnen inschuiven in elke groep waar hij maar ging invallen. Het was praten tegen een brok beton. En dat heb ik haar ook maar precies zo gezegd.

Je mag niet generaliseren en dat doe ik ook zeker niet, maar dat er mensen zijn, die zeggen, dat het niveau van de leerkrachten daalt, kan ik steeds beter begrijpen.

In het geval van Lieneke moet ik helaas constateren, dat zij inderdaad reageert alsof de hersenmassa, die ik toch nog bij haar vermoedde inmiddels is vergaan tot beton. En met beton als hersens kun je echt geen enkele empathie verwachten. Ik hoop, dat zij net zo veel last heeft van mijn reactie als ik had van die van haar. Maar gelet op het voorgaande is dat niet zo aannemelijk.

Arme leerlingen.
(22-01-2015)

Maak een Gratis Website met JouwWeb