Werkdruk in onderwijs kan echt minder! (deel 1)

De laatste tijd staan de kranten vol van berichten over het verminderen van de werkdruk in het onderwijs. Er is door het momenteel te vormen kabinet zelfs een bedrag van zo’n 450 miljoen euro voor uitgetrokken. Maar wat je nergens leest is een beschrijving van de concrete te nemen stappen om die werkdruk te verlagen. Vandaar hier een  ‘voorzetje’.

Werkdruk is voor iedereen anders. Als je dat constateert, dan geef je al meteen de complexiteit van het probleem aan. Voor de één zal het verminderen van de administratieve last al voldoende zijn. Laat een administrateur op school die werkzaamheden uit handen nemen van de leerkrachten en een deel van de collega’s krijgt er weer zin in. Maar voor een ander zal de werkdruk veroorzaakt worden door het veelvuldig zeuren en eisen stellen van de  o zo kritische ouders van tegenwoordig. Dat probleem oplossen zal een stuk lastiger zijn. Je kunt niet elke leerkracht een Uzi geven. Toch?

Voor vele collega’s wordt de werkdruk veroorzaakt door de optelsom van een aantal factoren.  Het lijkt erop, dat men de oplossing moet zoeken in een meer sporen aanpak. Een kaasschaaf methode toepassen dus om de stressoren te reduceren tot aanvaardbaar niveau.

Waar hebben de leerkrachten nu echt veel last van?

In de praktijk blijkt , dat veel collega’s “Last” hebben van zogenaamde ‘verandermanagers’ . Het is de laatste tien jaar of zo, mode geworden om de rust in de scholen stelselmatig en opzettelijk te verstoren door het benoemen van schoolleiders, die niet gehinderd door enige praktijkervaring en/of kennis van zaken, in opdracht van al evenmin deskundige schoolbesturen, de teams ‘wakker moeten schudden.’  Want wat zij deden was niet goed, wat zij doen deugt niet en anders is beter.

En zo komen die verandermanagers bijna dagelijks met nieuwe ideeën, die zij bij de teamleden ‘droppen’ . “Hee, Inge, jij moet met jouw kleuters nauwer gaan samenwerken met de peuters in de peuterspeelzaal. Haal ze maar binnen! Geef ze maar les! Regel het even. Ik kom volgende week kijken of het al loopt.” Daarna blijft Inge, die het toch al druk had, totaal verbouwereerd achter. Ook wordt zij opgezadeld met het gevoel van , ”Ik doe het niet goed en ik krijg dus kritiek!”

“Beste teamleden. Jullie moeten nu meteen gaan nadenken over hoe het schoolplein anders moet worden ingericht. Volgende week verwacht ik input” .

“Beste Ans. Ik zie in jouw lessen helemaal niet, dat je volgens een vast rondje door de klas loopt. Dat moet echt hoor. Dat hoort bij het directe instructiemodel! En je vergeet steeds het stoplicht op oranje te zetten! Volgende week kom ik echt even kijken of jij jezelf verbetert!”

En een echt goede verandermanager doet dit de hele dag door! Geloof mij maar, dat dit de werkdruk enorm verhoogt. En anders de bloeddruk van de leerkrachten wel!

Ergo. Stap 1 in de strijd tegen de hoge werkdruk.

Flikker al die verandermanagers eruit!

Levert ook nog eens een mooie besparing op.

Werkdruk in het onderwijs kan echt minder! (deel 2)

De laatste tijd staan de kranten vol van berichten over het verminderen van de werkdruk in het onderwijs. Er is door het huidige kabinet zelfs een bedrag van zo’n 450 miljoen euro voor uitgetrokken. Overigens blijkt dat al weer een hol vat met loze beloften te zijn. Een volgende staking is niet meer te vermijden. Wat je nergens leest is een beschrijving van de concrete te nemen stappen om die werkdruk te verlagen. Hier het derde en laatste deel met mijn oplossingen.

Mensen, die je onder druk zet, worden onrustig. En als je die mensen steeds deadlines en targets oplegt, dan worden ze nog veel onrustiger. Maak je de tijdsdruk vervolgens te hoog, dan worden mensen ook nog boos. Of ze haken af. Ze worden ziek en boos of ze krijgen een burn-out en zijn boos. Of ze nemen ontslag en blijven dan nog langer boos. Zij hebben namelijk in dit soort processen voortdurend het gevoel, dat ze niet meer als professional met een eigen verantwoordelijkheid worden gezien, maar als een klein kind, dat je blijkbaar veel en vaak moet controleren.

De invoering van de Normjaartaak en daarna de invoering van het Taakbeleid gekoppeld aan de 40 urige werkweek behoren tot de grootste blunders van vakbonden en werkgevers van de laatste 15 jaar. Ondoordacht en onnodig werden deze systemen ingevoerd. De vakbonden, dachten, dat op die manier de werkdruk, die leerkrachten, in pieken, gedurende het schooljaar ervaren, zou worden weggenomen. Het blijkt een afschuwelijke misvatting te zijn.

Door deze systematiek worden leerkrachten er voortdurend op gewezen, dat zij “op papier” nog meer uren voor de groep moeten, nog meer uren in een werkgroep horen te gaan zitten en nog meer tijdschriften moeten lezen om aan hun nascholingsverplichtingen te voldoen.

Het gevolg bleek een collectief schuldgevoel, dat helemaal nergens op sloeg. Diverse onderzoeken toonden aan, dat leerkrachten gemiddeld allemaal meer uren werken, dan waarvoor zij betaald krijgen.

En wat nog het meeste pijn doet is, dat men de autonomie kwijt is geraakt. Men voelt zich niet meer gezien als de professional, die heel goed zelf kan bepalen waar en wanneer hij of zij bepaalde werkzaamheden gaat doen. En die frustratie leidt alom tot…… juist, een verhoging van de ervaren werkdruk.

Ik pleit er dan ook met kracht voor om die idioterie van de taakurenberekeningen en de bijbehorende belachelijke ‘minutenwals’ meteen af te schaffen.

Het is genoeg om in overleg de lesgebonden tijden goed af te spreken en daarnaast de taken eerlijk te verdelen en af te spreken. De functieomschrijving van leerkracht moet verder voldoende zijn voor managers om na te gaan of de werknemer zijn of haar taken naar behoren vervult.

Geef de professional weer lucht!

Werkdruk in het onderwijs kan echt minder! (slot)

De nieuwe CAO voor het primair onderwijs is ontworpen door zeer bekwame en zeer betrokken mensen. Vakbondsexperts, die de belangen van hun leden zo goed mogelijk hebben behartigd. Afgevaardigden van de werkgeversorganisaties, die hun best deden om belangen van hun bazen optimaal te verdedigen.

En het resultaat? Verbijsterend! Allereerst natuurlijk de salarisverhoging. Voor het eerst in zes jaar krijgen onderwijsgevenden in het basisonderwijs er 1,2 % bij. Om van om te vallen! Dat is natuurlijk bij lange na geen compensatie voor de lastenverhogingen, belastingverhogingen en de inflatie in diezelfde zes jaar, maar een kniesoor, die zich daar druk over maakt.

Alleen… Naast het positieve van deze CAO gaan de negatieve aspecten toch nu de overhand krijgen. Vooral dat van die werkdruk klopt niet helemaal. Voorlopig stijgt onze werkdruk enorm. De invoering van de 40 urige werkweek en de consequenties daarvan leiden tot gigantisch veel onrust, discussies, ruzies en vele, vele extra vergaderingen. Het moeten kiezen uit twee modellen dwingt teams om een soort van verkiezing te organiseren. In veel teams ontstaat er een rotsfeer omdat de leerkrachten, die hun zin niet krijgen zich daar niet gemakkelijk bij neerleggen. Binnen de besturen wordt op schoolniveau soms heel anders besloten, zodat er ook nog eens jaloezie ontstaat.

De geestelijke druk leidt tot stress op de werkvloer en tot een onevenredige verhoging van de “gevoelsmatige” werkdruk.

Leg maar eens aan een leerkracht uit waarom hij in de zomervakantie extra dagen op school moet werken. Hij mag op veel scholen niet meer zelf kiezen wanneer hij zijn werk corrigeert. Dat moet in veel gevallen nu verplicht op school.

Rapporten thuis invullen? Er zijn directeuren, die dat niet meer willen. Overal is flexwerken gemeengoed geworden. In het onderwijs schaffen veel besturen dat nu af. Over werkdruk vermindering gesproken.

Juist de grote autonomie voor docenten om hun extra taken in vrijheid te mogen plannen op tijden, die zij zelf bepalen is m.i. een van de positieve kanten van deze professie.
Dat gaan we met deze CAO ook nog eens weghalen. Er gaat op deze manier helemaal niemand, die bij zijn volle verstand is, nog kiezen voor het onderwijs.
Dat komt ervan als je bureauridders laat besturen en regeren.


19 maart 2015

Maak een Gratis Website met JouwWeb