Ambitie.

Met haar 45 jaar is ze intussen één van de jongere collega’s op de school. Zij werkt twee dagen in de week en mag dus met recht een parttimer worden genoemd. Leuke vrouw, die al het nodige aan ellende achter de rug heeft. Een leuke moeder, die voor haar kinderen door het vuur gaat. Ook zij hoort in de categorie waarover ik onlangs nog een stukje schreef. De categorie, die zich zonder pardon ziek meldt als één van de kinderen ziek is. Geen probleem voor haar. Kind ziek, ik ziek.

Nou ja, in elk geval heb ik dan nog recht op een vervanger.

Deze week kwam zij bij me. “Burro, ik heb een verzoek. Ik ben toe aan iets nieuws. Ik wil graag op één van onze andere locaties werken en dan het liefste als ICT-er. Dat lijkt me leuk!”

Ik luisterde aandachtig naar haar verhaal. Zij wilde graag een LB functie en als ICT-er kon ze haar werk wat meer verdieping geven. Ze had ook de benodigde cursussen al helemaal uitgeplozen en zette me meteen onder druk. “Ik moet het wel voor 1 april weten, want dan is de deadline voor het aanvragen van de lerarenbeurs.”

Daar zat ik. Ik had er een probleem bij. Het was natuurlijk niet de bedoeling om deze vrouw haar ambities te ontnemen. Haar enthousiasme moest ik natuurlijk koesteren. Zo’n inzet moet je belonen. Maar helaas waren er een paar maren….

Zo wist ik al van de betrokken locatieleiders, dat zij deze vrouw onder geen beding wilden hebben als teamlid. Haar regelmatig “moederschapsverlof” was alom bekend en werd niet overal gewaardeerd. Bovendien hadden die locaties al een ICT-er. Dus die deur was hermetisch dicht.

Toen ik dat vertelde , kreeg ik meteen als antwoord, dat zij in dat geval op mijn locatie het ICT-er schap ambieerde. Op mijn vraag of we dan onze huidige ICT-er zijn baan af moesten nemen, had zij even geen antwoord. Ook het feit, dat door het voldoen aan haar vraag ik weer een collega in dienst zou hebben, die maar één dag voor de groep inzetbaar zou zijn, vond bij haar weinig begrip.

Het leek allemaal niet zo “bij haar binnen te komen” . Uiteindelijk restte mij niets anders, dan te zeggen: “ Wendy, het gaat niet door! Er is geen plaats voor jouw ambities bij ons op school. Als je dit echt wilt, zul je moeten gaan solliciteren.”

En nu is ze boos op me. Wedden, dat ze zich morgen weer ziek meldt?
13 april 2011

Jij hebt geen hart!!

Het telefoontje van Milly kwam niet onverwacht. Ze liep al een paar weken te klagen over buikpijn en hoofdpijn. Ze had ook al een paar keer aangekondigd, dat zij eigenlijk niet kon werken en vorige week bleef ze ook thuis.

 En nu een week later kreeg ik haar opnieuw aan de lijn. “Ik ben er achter hoor Burro! Volgens collega Joop kon ik wel eens burn-out hebben. En dat is het ook wel, denk ik. Ik heb een hele drukke tijd achter de rug. Ik heb veel vervelende visite gehad en mijn laatste vakantie naar Florida was een en al stress.

Fred, mijn man is ook voortdurend voor zijn werk op pad, zodat ik de kids in mijn eentje moet opvoeden. En dan komt ook die dag op school er nog bij. Ik trek het even niet Burro. Zoek maar even een poosje een vervanger.” Het werd stil aan de andere kant van de lijn.

 Natuurlijk begon ik met te zeggen, hoe ontzettend vervelend ik het allemaal voor haar vond. En dat ik hoopte, dat zij met de juiste hulp weer snel zou opknappen. En in de tussentijd zou ik haar ziek melden bij het administratiekantoor .

 Ik wees haar erop, dat de kans bestond, dat zij met spoed zou worden opgeroepen door de Arbo-arts. Wat zij aangaf behoorde immers tot de meest vervelende zaken, die je maar konden overkomen. Ook de werkgever moest in zulke gevallen alles doen, wat in zijn macht ligt om de werknemer zo goed mogelijk te laten re-integreren.
 En mocht ze van plan zijn om volgende week op vakantie te gaan, dan moest ze daar eerst even bij één van haar leidinggevende toestemming voor vragen. Als je ziek bent, moet je immers ook de vakanties opgeroepen kunnen worden door de Arbodienst.

 Ik vertelde haar nog, dat de Arbodienst misschien wel een psycholoog kon aanwijzen om haar extra te helpen. Nadat ik haar nogmaals sterkte en beterschap had gewenst beëindigden we het gesprek.

 De volgende dag was het eerste telefoontje dat ik kreeg van Milly. Het was alsof er een onweer over mij uitbarstte. “ Hoe ik het in mijn hoofd haalde om te twijfelen aan haar ziekte? En ze mocht niet eens op vakantie! En ze zou met spoed worden opgeroepen door de Arbo-arts. Dat was meten met twee maten, want collega Don was twee weken ziek geweest en die hoefde niet naar de Arbo-dienst.

 “ Ze ging maar door. Hoezeer ik Milly ook probeerde uit te leggen wat mijn zorgen om haar waren en wat mijn professionele rol en verplichtingen met zich meebrachten, ik kwam niet door de muur van emoties heen.

Het laatste dat Milly riep, voordat zij de verbinding verbrak was: “Burro, je hebt gewoon geen hart!”

Ik denk, dat ik me ziek ga melden.

8 augustus 2012

Dit kan echt niet meer!

Ze is boos. Duidelijk boos. “Dit kan echt niet meer Burro! Je moet er iets aan doen! Hoe lang gaan we dit nog accepteren?” Ik vraag Aaltje wat zij nu precies bedoelt. 

“Ja, kom op zeg, Burro! Moet ik dat nog uitleggen? Je kunt toch zelf zien, dat Maartje het gewoon niet meer heeft. De helft van de tijd is ze er niet omdat ze allerlei onderzoeken en operaties moet ondergaan. Ze is al 4 keer geopereerd aan die arm van haar. En als ze er wel is, dan komt er niets fatsoenlijks uit haar handen. Heb je al gezien wat de klas de laatste keer met handvaardigheid heeft gemaakt. Een kleutergroep doet het beter! Nee, echt Burro. Jullie als directie moeten er gauw wat aan doen. “ 

Op mijn vraag , wat we er dan aan moesten doen, bleef het stil. “Wil je dan, dat we haar ontslag geven Aaltje? Heeft zij ontslag verdiend omdat zij dit jaar zo vreselijk veel tegenslag heeft gehad? “

Nee, dat vond Aaltje nu ook weer niet. Maar het ging volgens haar echt niet alleen om dat ziek zijn. Ze bracht “het “gewoon niet meer. 

Maartje is de duo partner van Aaltje. Ze hadden zich allebei verheugd op een goede samenwerking. Door heel veel lichamelijke ellende van Maartje kwam er niets van terecht. En nu was de maat voor Aaltje vol. Zij had het gevoel, dat ze de hele klas alleen op haar nek moest dragen. En dat ondanks het feit, dat zij een goede invaller naast zich kreeg. Maar zij kreeg het niet voor elkaar om een aantal werkzaamheden aan die invaller over te dragen. En hoe wij als directie ook op haar inpraatten, het was praten tegen een betonnen muur. 

En nu moest Maartje maar gewoon weg. Er waren immers al genoeg ouders, die dreigden hun kind van school te halen als het bij Maartje in de groep zou komen. “Dat is slecht voor de school Burro. Dat gaat ons leerlingen kosten en we doen juist zo goed ons best.” 

Een hele lastige situatie. Immers, Aaltje heeft echt gelijk. Maartje brengt dit jaar echt niet wat je van haar zou willen zien. Maar vier operaties in een jaar is ook niet niks.

Mijn argumentatie, dat je zieke mensen niet zo maar mag ontslaan omdat dat van de wet niet mag , maar ook omdat het misschien een beetje onfatsoenlijk is, kwam niet binnen bij Aaltje. En mijn opmerking, dat er morgen misschien een andere collega ziek wordt of zij zelf misschien wel een poos uit de roulatie zou kunnen zijn, als haar iets zou overkomen, raakte haar in het geheel niet.

Ze was zelfs al vergeten, dat zij, nog maar een paar maanden geleden, zelf een vervelende aandoening had, waardoor zij bijna elke week een of meerdere dagen ziek naar huis moest. De druk, die dat op de organisatie legde was enorm.

Ik begrijp haar gevoel en zelfs haar boosheid. Maar ik vind het ongelooflijk ernstig, dat een volwassen mens niet wat meer compassie kan opbrengen.

We hebben afgesproken om binnenkort verder te praten.

21-8-2013

 

Ik heb er recht op!

Mijn christelijke buurman vertelde me van een akkefietje bij hem op school. Zijn locatieleidster had opeens om half elf ’s ochtends één van haar collega’s aan het bureau. Of de locatieleidster er maar even rekening mee wilde houden, dat zij nu meteen naar huis ging, want haar kind was ziek. Haar kindje zat op een andere basisschool en aangezien zij ziek was geworden werd er natuurlijk naar de oppas gebeld. Die had geen zin in een ziek kind. Dat was iets voor moeder en dus claimde moeder instant zorgverlof.


De argumentatie van de locatieleidster, dat er nu dus 28 leerlingen zonder toezicht zouden komen te zitten, was niet steekhoudend genoeg voor de collega om iets anders te bedenken. Ze ging en wel nu meteen.

De locatieleidster verbood het haar. Eerst moest er een oplossing worden gevonden voor de opvang van de groep. Nou, ja uiteindelijk kon zij om twaalf uur naar huis. Zieke kind ophalen enz.

De volgende dag lag er een officiële aanklacht tegen de locatieleidster op het directiekantoor. Zij had met misbruikmaking van haar positie als leidinggevende de collega haar CAO rechten ontnomen. Zij eiste excuses en een schadevergoeding. Anders zou het een rechtszaak worden.

Mijn collega vertelde, dat het bestuur zijn locatieleidster had berispt. Ze zouden de zaak verder onderzoeken. De locatieleidster mocht dit nooit weer doen. Mijn collega vertelde, dat het bestuur ook niet van plan was de betrokken collega te ontslaan of zo snel mogelijk elders te werk te stellen.

Hij verliet zuchtend mijn kantoor.
14 maart 2011
 

Voor de tweede keer!

Voor de tweede keer dit schooljaar belt een van de vrouwelijke collega’s me op. Ik heb altijd al de pest in als de telefoon om kwart over zeven ’s ochtends gaat. Het is altijd slecht nieuws. Het gaat altijd om collega’s die zich ziek melden. Maar in dit geval niet. “Burro, sorry hoor, maar Effi is weer ziek. Ik kan dus niet komen werken. Ik kan mijn zieke kind toch niet naar mijn moeder brengen.”


“Nou Inge, dat is erg vervelend. Ik snap, dat je er erg mee zit. Net zo’n situatie als in oktober, hè ? Toen kon je ook niet komen omdat Effi ziek was.” “Ja , dat klopt Burro. Je hebt toen nog uitgezocht of ik recht had op verlof, weet je nog?” “Ja, dat kan ik me nog goed herinneren, Inge. Ik heb toen ook nog gevraagd of jouw man in dit soort situaties ook eens een keer vrij kon nemen van zijn werk. Dat kon toen niet, want hij had belangrijke afspraken. En nu? Kan hij nu geen vrij nemen? Het is nu toch eigenlijk dan zijn beurt!”

“Nee, Burro, hij zegt, dat hij veel belangrijke vergaderingen heeft. Hij kan echt niet gemist worden.” “Maar , Inge, jij hebt toch ook belangrijke afspraken? Er zitten 30 kinderen op hun juf te wachten. Is dat dan niet belangrijk? “ “ Sorry , hoor Burro, het kan echt niet anders.” “Nou Inge, in deze tijd van griep heb ik geen vervangers. Ik moet jouw klas dan naar huis sturen. Daar gaat de goede naam van onze school.” “Ja, Burro, dat moet dan maar.”

Ik begrijp Inge heel goed. Een moeder kiest natuurlijk altijd eerst voor haar kind en Inge heeft thuis geen klap te vertellen. Bovendien vinden zij en haar man die school totaal onbelangrijk. Het is gewoon een gemakkelijke bron van extra inkomsten. Inge is zo’n juf, die met de mond altijd een enorm enthousiasme belijdt , maar in de praktijk nooit tijd heeft om in een werkgroep te gaan zitten Ze laat altijd net even een ander het werk opknappen. De collega’s gaan al steeds harder op haar mopperen.

Ik zal eens kijken of ze volgend jaar niet in de vervangingspool kan. Ik ben haar een beetje zat.
(20-01-2009)

Voor de klas (1)

We hebben een lange periode achter de rug met veel ziekte onder het personeel. Langdurig afwezig vanwege problemen in de thuissfeer, de bekende griepjes en ergere gevallen van griep, de (waarschijnlijk) af en toe voorkomende ‘baaldag’ en de overal voorkomende ziekenhuisonderzoeken.

Ik verbaas mij erover hoe goed ik tegenwoordig ben in het voorspellen van welke collega wanneer weer eens ziek zal zijn. Het “Burro ik voel me niet zo goed! Ik weet niet of ik het wel ga redden vandaag.” of een plotseling opkomend gekuch als ik of mijn adjunct in de buurt komen, zijn van die signalen, die een blind paard nog oppikt. Meestal reageer ik er op een zogenaamd luchtige toon op. “Kom op! Het is bijna vakantie. Nog even volhouden hoor. “ Of het ook wel sterke: ”Het is hier op school ten strengste verboden om ziek te worden hoor !” Uiteraard vergezeld van een knipoog en een glimlach. Soms werkt het. Meestal niet en dan kan Burro weer vervanging regelen.

Als om 7 uur ’s ochtends de telefoon gaat, dan krijg ik al spontaan de ziekte in. “Hallo Burro, kuch, kuch, kuch. Ik ga het niet trekken hoor. Ik blijf in mijn bed, kuch.” “Joh! Hans, wat is er ? Wat heb je? “ De stem aan de andere kant van de lijn wordt wat zwakker en het antwoord is meestal een herhaling van de beginzin. Rest mij nog Hans beterschap te wensen en als een gek eventuele kandidaat invallers te gaan bellen. Die hebben meestal net precies op die dag een afspraak. Of de kat moet naar de pedicure of het autootje moet naar de kliniek. “Nee Burro vandaag kan ik niet. Ik heb vanochtend mijn tennisochtend. Ja, dat kost nu eenmaal geld. Dat laat ik niet lopen. Vanmiddag kan ik mis... Oh nee, dokter. Sorry!”

Mijn laatste hoop is dan nog gevestigd op het directiekantoor. We hebben tegenwoordig wat poolers in dienst en die moeten verplicht invalwerk verrichten. Vanaf 8 uur kan ik daar met mijn verzoek terecht. Ik weet het antwoord al. Geen invallers beschikbaar!

Tja wat heb je dan als directeur nog voor opties? Groepen opsplitsen? Geen optie. De klassen zijn te groot. Kinderen naar huis? Geen optie. Dat pikken ouders niet. Dan kun je je school beter meteen sluiten. Zelf maar weer voor de klas. Geen optie. Ik kom nu al niet toe aan heel veel van mijn taken. Ik werk nu al vaak een extra dag in het weekend en neem ’s avonds de post van school door. Geen optie! Dat zegt ook mijn algemeen directeur. Maar hij komt niet zelf lesgeven. Dus…..

“Goede morgen meisjes en jongens! Meester Hans is ziek en daarom kom ik jullie vandaag en morgen lekker plagen!” Ik schuif mijn tas onder het bureau en laat de rekenboekjes uitdelen.
(28-12-2008)

Hoezo, leuk werk?

Op maandagochtend winkelde de telefoon onheilspellend. Ik stond op het punt naar school te gaan. “Burro. Ik kan niet komen . Ik ben al het hele weekend heel erg ziek. Ik moet steeds overgeven en het gaat echt niet lukken.” Op de achtergrond hoorde ik haar drie kinderen huilen en schreeuwen. “Tja, Wanja, dat is erg vervelend. Ik zal het doorgeven aan de administratie en zal proberen een vervangster te regelen. Dat laatste zal wel moeilijk gaan, vrees ik, want je belt wel erg laat. Ik heb nu nog maar drie kwartier voordat de school begint. Maar goed , trek je het niet aan. Dat is mijn probleem. Zorg jij maar, dat je gauw weer op de been bent. “

“Maar Burro, ik bel zo laat omdat ik nog maar net wakker werd. Daar kan ik toch niks aan doen? En ik ben erg ziek. “

“Ja, natuurlijk Wanja. Dat begrijp ik wel. Maar we hebben al jarenlang de afspraak, dat je zo vroeg mogelijk na zeven uur de ziekmelding doorgeeft. Dan heb ik wat meer speling om vervanging te regelen en nu moet ik waarschijnlijk zelf voor de groep. En dan blijft mijn werk weer liggen. Maar nogmaals, trek je er maar niks van aan.

Ik los het op. Heel veel beterschap gewenst. En bel me maar als je weer aan de slag kunt. Dag Wanja!” “ Dag Burro.”

De telefoon lag nog maar net op de haak, toen hij opnieuw rinkelde. “ Dag Burro. Je spreekt met Aart, de man van Wanja. “ “Dag Aart, vertel eens. Was Wanja nog iets vergeten te zeggen? “ “Nee Burro. Ik wil toch even kwijt, dat ik hier nu met een huilende vrouw zit en dat ik het niet pik, dat jij haar zo aanspreekt op het feit, dat ze even iets te laat belt…. Dat moet je echt niet weer doen Burro, want dan krijg je met mij te doen…”

Voor zo ver het resultaat van hetgeen ik geleerd heb op die dure ARBO cursus.

7 augustus 2012

Ongezond!

Het is bijna half 8 's ochtends. Bijna. Nog even en het voor mij vervelendste kwartiertje van de dag is voorbij. Want tussen kwart over 7 en half 8 komen bij mij de ziekmeldingen van de collega's binnen.


En nu in deze periode van buikgriep en andere door virussen veroorzaakte ellende gaat de telefoon veel te vaak. "Burro, ik kan vandaag niet komen werken. Ik voel me zo rot. Ik moet steeds overgeven en ik ben aan de diarree !"

"Burro ik ben ziek! Ik ben de hele nacht wakker geweest en ik blijf maar hoesten." Natuurlijk voel ik met de zieken mee en spreek ik de wens uit, dat het maar gauw weer beter met hen mag gaan en dat ze hopelijk weer snel aan de slag kunnen, maar in elk geval eerst goed moeten uitzieken. In de tussentijd draaien mijn hersens al op volle toeren over hoe ik het probleem van de vervanging moet oplossen.

En vervangers zijn er niet! In een tijd, dat er schijnbaar vele beginnende leerkrachten zonder baan zitten, kan ik geen invallers krijgen. Waar ze zitten, geen idee! Dus probeer je allerlei parttimers ertoe te bewegen om een extra dagje te komen werken . Dat is echter meestal een hopeloze zaak. Je bent immers bewust parttimer en dus heb je op je vrije dagen andere dingen gepland. Slechts een enkeling wil, bij hele hoge uitzondering, eens een dagje invallen." Maar dan echt ook alleen voor deze hele enkele keer hoor!"

Ik ben dan ook nog zo'n gek, die de neiging heeft om mijn oneindige dankbaarheid veelvuldig uit te spreken. Af en toe vind ik mezelf zo'n slijmerd. Mijn algemeen directeur zou zeggen, dat ze mij juist dankbaar zouden moeten zijn omdat ik hen de kans geef extra geld te verdienen. Maar volgens mij werkt dat niet zo. Dat is nu weer echt een redenering uit een managementboekje.

Vandaag heb ik op de 20 personeelsleden slechts 2 zieken. En ik heb de vervanging rond. Dus ik ben bijna aan de veilige kant van de 'half 8 'streep. Om half 8 haal ik opgelucht adem.

Om kwart voor 8 gaat toch nog de telefoon. Het is één van mijn invalsters.
"Burro, het spijt me heel erg, maar mijn kind is ziek. Ik kan nu echt niet komen hoor. Zoek maar even iemand anders." Natuurlijk spreek ik mijn begrip uit. Ze moet haar kind maar flink vertroetelen, zeg ik.

Ik leg de hoorn neer en zucht. Ik denk, dat ik mijn IB-er voor de 4e keer deze maand voor de groep moet zetten. En die zei pas geleden al, dat ze volgend jaar liever weer gewoon een groep heeft. Ik snap het ook nog wel een beetje.

© Burro Holanda 2007

Al twee jaar ziek!?

Hij is twee jaar geleden door zijn toenmalige directeur naar huis gestuurd. Hij rook voor de zoveelste keer overduidelijk naar drank. Dat was ook precies het probleem. Hij is namelijk alcoholist. En niet zo’n beetje ook. Hij wist het jarenlang te camoufleren. Sterke aftershave en lotions maskeerden veel.
Maar zijn veelvuldig ziek melden, ziek op school zijn, zich zielig voordoen , de klachten van zijn leerlingen en het gemopper van de ouders gaven een steeds duidelijker wordend beeld.

Het ging niet meer. Het kon niet meer . Het mocht niet meer.

Vanaf het moment dat hij thuis zat werd het er niet beter op. Hij belandde zelfs een keer in de crisisopvang. En daarna begon het reïntegratieproces. Dat moet namelijk. Je moet, soms tegen beter weten in, een heel traject opstarten en uitvoeren. Allemaal gericht op de terugkeer van de alcoholist. Hij moet en zal weer voor de klas. Zelfs al geeft zo’n schooldirecteur overduidelijk aan, dat het niet meer gaat lukken. Dat het echt nooit meer verantwoord zal zijn. Dat er al zo veel is geprobeerd.

Het moet en het zal. En nu. Twee jaar later. Vele mislukkingen in allerlei scholen en allerlei klassen, verder. Nu is hij nog steeds niet gere-integreerd .

We gaan uitzoeken of hij in aanmerking komt voor een WIA uitkering.
Al die tijd liep zijn salaris door. Nou ja, na een jaar kreeg hij minder. Al die tijd hebben artsen, keuringsdiensten, directeuren, ambtenaren , etc. zich tegen beter weten in met zijn “zaak” bemoeid.

Toch mooi, dat je als alcoholist jezelf “de man van twee miljoen” kunt noemen.

10-01-2011©Burro